Groene Loper Maastricht

Stedelijk ontwerp
Omschrijving
Monument
Duurzaamheid
Opdrachtgever
Stedenbouw
Aannemer
Ontwerp - realisatie
Locatie

omschrijving: Stedenbouwkundig ontwerp en supervisie van het bovengrondse deel na de ondertunneling van de A2 i.s.m. West8 Rotterdam
duurzaamheid: Eerste nieuwbouwproject in Nederland met 4 sterren Dutch Green Building Council DGBC Woonmerk
opdrachtgever: Strukton / Ballast Nedam
ontwerp - realisatie: 2008 -
locatie: maastricht

Met het ‘Integraal plan A2 Maastricht: -De Groene Loper- Vanzelfsprekend’ werd Avenue-2 (een samenwerkingsverband van Strukton en Ballast Nedam),  na een uitgebreide tender in 2009, geselecteerd voor het tunnelproject A2-Maastricht.
De Groene loper, een vierdubbele  Lindenlaan maakt zich los van het traject tussen de monden van de dubbellaagse tunnel en loopt verder door in de Landgoederenzone buiten de stad, die tot dan toe enkel fragmentarisch en niet in verband waargenomen kon worden.
Integraal betekent dat de ondertunneling van de A2 traverse en het helen van de stad met de bovengrondse bebouwing als één geheel zal worden opgepakt.  Eén plan voor stad en snelweg.
Met het gereedkomen van de infrastructuur medio 2017 en de openbare ruimte begin 2018 ontstond de situatie waarin de gespleten stad weer was geheeld. Nieuwe kansen voor Maastricht-Oost kunnen nu worden benut.

Het stedenbouwkundige plan werd ontworpen door West-8 uit Rotterdam;  In 2008 vroegen zij ons om de ‘couleur locale’ te vertegenwoordigen bij het formuleren van de uitgangspunten voor de bovengrondse bebouwing. Dat heeft geleid tot een langdurige samenwerking en betrokkenheid bij het project. In de tenderfase onderzochten we de kenmerken en de woningtypologie die geschikt zou zijn voor de invulling van de bouwkavels langs de laan. Geïnspireerd op het wonen aan de Singels uit de late 19e eeuw, in Maastricht, Aachen, Luik en Antwerpen. De woonvorm, de architectonische elementen en het formeren van verschillende programma’s en woningtypologieën tot een stedelijke straatwand werden onder de loep genomen. Talloze voordrachten waren hiervan het gevolg om het verhaal uit te dragen.
We zijn gestart in de economische crisistijd na 2008 en stelden ons een langdurige tussentijd voor waarin de wanden langs de Loper langzaam gevuld zouden worden met verschillende programma’s en bouwinitiatieven. De realiteit van de huidige druk op koopwoningmarkt maakt dat de Loper gevuld zal gaan worden met projectmatig opgezette woningen; die een zinvolle en aan de locatie gebonden variatie zullen krijgen. Het te realiseren vastgoed aan de Groene loper zal bijdragen aan het ruimtelijk en sociaal verbinden van de wijken aan weerszijden van de Loper en van Maastricht en haar buitengebied. Het zal een statige laan worden met hoogwaardige architectuur, die staat voor een aantrekkelijk en duurzaam leefgebied met oog voor detail.

Vormgevingsvisie en Beeldkwaliteitsplan De Groene Loper
De vormgevingsvisie-C voor de bovengrondse ontwikkeling van de Groene Loper, na de gereedgekomen ondertunneling van de A2 traverse door Maastricht, is opgezet als een stedenbouwkundige uitwerking van het plan uit de tender in 2009. De uitwerking is tevens een ‘update’ van de oorspronkelijke plannen om na 8 jaar met een actuele versie de veranderde bouwopgaven opnieuw aan te kunnen sturen. Het stedenbouwkundige plan en het daarbij behorende beeldkwaliteitsplan zijn samengevoegd tot één geheel.
De opdrachtgevers en ontwerpers die bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan De Groene Loper betrokken zijn, vinden in de VV-C een naslagwerk waarin de uitgangspunten die tot het plan hebben geleid zijn verzameld. Ook als men werkt op onderdelen moet er zicht zijn op de totaliteit.
De VV-C formuleert de spelregels voor het voeren van een beeldregie over de planonderdelen, voorspelt  hoe het eruit gaat zien en bewaakt de samenhang met het stadsdeel Maastricht-oost.
Naast het bewaken van de spelregels worden ook vrijheden voor het niet voorziene geschapen.
De ontwikkelingen langs ‘De Groene Loper’ hebben de unieke mogelijkheid om het samengaan van het landschap, de stedenbouw en de architectonische uitwerking gelijktijdig en in overeenstemming met elkaar te laten plaatsvinden. Dit is het kenmerk van alle geslaagde buurten en stadsdelen uit het verleden, die in de loop der tijd steeds weer opnieuw gewaardeerd worden en hun goede sociale samenhang en waardeontwikkeling behielden.

De negen geboden voor de uitwerking van de bovengrondse bebouwing zijn:
1.
Het tot stand brengen van diversiteit.
Variatie in de nevenstelling van verschillende projecten.
Meerdere verschillende woontypologieën en beukmaten toepassen.
Uitdrukking geven aan de individualiteit van het wonen en tevens ensemble-werking tot stand brengen.
Aanpassingen in de tijd mogelijk maken.
2. Continuering van de dwarsstraten.
Gebouwde aansluitingen aan bestaande gebouwen.
3. Hoekwoningen of hoekappartementen op de hoekpercelen.
4. Verschillen in bouwhoogten en Hoogteaccenten op bijzondere plaatsen.
Optoppen tot 5 lagen toestaan.
5. Architectuur geeft waardigheid aan de laan door middel van:
-Incidenteel andere gebruiksprogramma’s mogelijk gemaakt door grotere verdiepingshoogte op begane grond.
-De doorsnede van het gebouw benut de hoogteverschillen in het terrein,
-Een ruimtelijke overgang tussen huis en laan met voortuin, tuinmuur en tuinhek.
6. Plasticiteit in de gevelwand tot stand brengen met elementen als erkers en uitbouwen.
Contact van het wonen met de Laan van binnenuit.
7. Aandacht voor het detail.
Kleine architectonische elementen als luifels, schoorstenen, goten en lantaarns.
Decoratieve elementen in het metselwerk en verbijzonderingen in de gevel.
8. Parkeeroplossingen die bijdragen aan een hoogwaardige stedelijke invulling.
Collectieve en sociaal veilige buitenruimten op de binnenterreinen, waarbij
bestaande bomen waar mogelijk gehandhaafd worden.
9. Markering van de inritten met poorten en poortgebouwen.

Grondtonen:
Het samengaan van stedenbouw en architectuur is gebaseerd op twee ‘grondtonen’ .
‘Grondtoon’ verwijst naar de hoofdtoon van een akkoord in de muziek. Dat wat de deelgebieden samenbindt, dat wat de laan tot een geheel maakt, alvorens de individuele interpretaties van de verschillende ontwerpers in gang gezet kunnen worden. Een individualiteit die voortkomt uit consensus over een aantal algemene basisprincipes.
De eerste grondtoon: Is het grondvlak van de loper, de continue bestrating van het openbare lint en de bomenrijen. De tweede grondtoon: Is de opbouw en de materialisering van de gevelwand in relatie tot de stedenbouw.

Bij de grondgebonden woningen worden niet de individuele woningen als pandjes naast elkaar uitgedrukt, maar ze worden samengesteld tot kleine ensembles. (Tenzij er sprake van individueel opdrachtgeverschap of vrijstaande woningen). De kleine ensembles worden aaneengeregen tot een gevarieerde straatwand.
Het verticale ritme van de gevelwand wordt niet alleen bepaald door de opeenvolgende percelen maar meer nog door een korter ritme van raamopeningen, penaten, erkers en entrees, die het ‘ritme’ van het kleine ensemble bepalen. Het wordt één geheel. Hierop kan in het naastliggende ensemble gevarieerd en afgeweken kan worden.
Ook de appartementengebouwen drukken niet het rijgen en stapelen van plattegronden uit, van woonkamers en balkons functioneel boven en naast elkaar, maar zoekt eveneens naar het ‘ritme’ voor het totale blok, alvorens hier compositorische variaties op te gaan maken. De grondgebonden woningen en de appartementenblokken komen nader tot elkaar en drukken niet alleen hun typologische verschillen uit maar onderwerpen zich tevens aan een streven naar stedelijke samenhang tussen het kleinere individuele huis en het grotere collectieve huis. Het is het principe waarmee de bebouwing langs de Singels in de eind 19e eeuw tot stand kwamen en ze tot de karakteristieke stadslanen gemaakt hebben. Hierop is de bebouwing langs de ’Groene Loper’ van meet af aan als geïnspireerd geweest. Maar tussen de aaneengeregen appartementenblokjes en woningensembles kunnen breuken, variaties en contrasten ontstaan. Ze hoeven niet altijd gelijkgestemd te zijn en dezelfde taal te spreken, het onvertogen woord mag af en toe uitgesproken worden.