De Bossche School besproken part II

Plaats Muziekcentrum De Toonzaal aan de Prins Bernardstraat in Den Bosch
Datum: 20 April 2010
Aanvang 20.00 uur – zaal open om 19:30. Toegang gratis.

Fred Humblé gaf vorig jaar een introductie over de Bossche School en het wederopbouw-traditionalisme. Nu spreekt hij met Gerard Wijnen en Pieter Buys over ordening van de omgeving, tijdloosheid en imperfectie. En Miel Wijnen ontraadselt het plastisch getal.

Wordt de Bossche School slechts een hoofdstuk van de geschiedenis? een oud boek in de kast? theorie of geloof? Of kan het een instrument zijn voor jonge ontwerpers?

Architectuurhistorici brengen de Bossche School bij het traditionalisme onder. En deels ten onrechte wordt de Bossche School ook als katholiek gezien, en altijd geassocieerd met het geloof. Daarbij komt dat sommige Bossche School-architecten de leer bijna gelovig lijken aan te hangen, maar dit terzijde. Hoe dan ook wordt de Bossche School er niet toegankelijker op voor nieuwe ontwerpers. 50 jaar geleden en vandaag-de-dag waren er architecten die het gebruik van het plastisch getal maar liever verzwegen. De theorie was-, maar is tegenwoordig zeker niet hip.

Het zoeken naar een door de natuur gegeven orde was begin 20-ste eeuw echter zeer modern, en je zou Dom van der Laan ook in een traditie van het modernisme kunnen plaatsen.

Er zijn architecten die het plastisch getal als waardevol gereedschap zien, als een krachtig ‘tool’. Een niet-begaafd ontwerper met weinig idee over de opgave wordt echter niet gered door de methode. Maar een begiftigd collega daarentegen kan het plastisch getal als een bevrijding ervaren.
Reden voor ons om deze theorie nog eens fris tegen het licht te houden. Als seculier middel om de architectonische ruimte vorm te geven.

Denkend aan de vele instructieboekjes ‘voor dummies’ vragen we Miel Wijnen om zijn korte en heldere uitleg van het plastisch getal.

Daarna spreekt Miels’ vader Gerard Wijnen over de menselijke waarneming. En landschapsarchitect Pieter Buys licht enkele tuinontwerpen toe die hij met Wijnen maakt. Tot slot gaat Fred Humblé met hen in gesprek.